michielovertoom.com

Spullen

door Paul Graham, juli 2007
oorspronkelijk artikel op http://www.paulgraham.com/stuff.html.

Ik heb teveel spullen. Dat geldt voor de meeste mensen in Amerika. Sterker nog, des te armer mensen zijn, des te meer spullen ze lijken te hebben. Bijna niemand is zo arm dat ze zich geen voortuin vol met oude auto's kunnen veroorloven.

Het is niet altijd zo geweest. Spullen waren vroeger zeldzaam en waardevol. Je kunt hier nog steeds bewijs van zien als je op de juiste plek kijkt. Om een voorbeeld te geven: mijn huis in Cambridge, dat gebouwd is in 1876, heeft geen kasten in de slaapkamers. In die dagen paste wat men had in een ladekast. Nog maar een paar decennia geleden waren er veel minder spullen. Wanneer ik foto's uit de 70'er jaren bekijk verbaas ik me erover hoe leeg de huizen er toen uitzagen. Als kind dacht ik een enorm wagenpark aan speelgoedautootjes te bezitten, maar dit valt in het niet bij de hoeveelheid speelgoed die mijn neefjes hebben. Mijn Matchboxes en Corgis autootjes pasten ongeveer op een derde van mijn bed. In de slaapkamer van mijn neefje is het bed de enige plek die níet bezaaid is met speelgoed.

Spullen zijn een stuk goedkoper geworden, maar de manier waarop we tegen ze aan kijken is niet meeveranderd. We kennen spullen teveel waarde toe.

Dat was een groot probleem voor mij toen ik geen geld bezat. Ik voelde me arm, en spullen leken waardevol, dus ik verzamelde ze bijna instinctief. Vrienden lieten wat achter wanneer ze verhuisden, of ik zag wat langs de weg staan op de ophaaldag voor grofvuil (pas op voor alles waarvan je het 'in prima staat' vind verkeren), of ik vond iets in nieuwstaat voor een tiende van de nieuwwaarde op een tweedehands markt. En *poef*, méér spullen.

In feite waren deze gratis en spotgoedkope spullen geen koopjes, omdat ze zelfs minder waard waren dan ze kostten. De meeste spullen die ik verzamelde waren waardeloos, want ik had ze niet nodig.

Wat ik toen niet begreep was dat de waarde van een nieuwe aankoop niet het verschil was tussen de gebruikelijke prijs en hetgeen ik ervoor betaald had. Het was de waarde die ik eraan toekende. Spullen zijn niet zomaar inwisselbaar voor geld. Tenzij je van plan bent om dat waardevolle ding wat je zonet zo goedkoop hebt kunnen krijgen te verkopen, is het irrelevant wat het waard is. De enige manier waarop je er ooit nut van zult hebben is wanneer je het zélf gebruikt. En als je het niet direct nodig hebt, zul je het waarschijnlijk ook nooit nodig hebben.

Bedrijven die spullen verkopen hebben enorme bedragen uitgegeven om ons wijs te maken dat spullen nog steeds waardevol zijn. Maar het zou dichter de werkelijkheid benaderen om spullen als waardeloos te beschouwen.

In feite, minder dan waardeloos, omdat wanneer je op een gegeven moment een bepaalde hoeveelheid spullen verzameld hebt, de spullen jóu gaan bezitten in plaats van andersom. Ik ken een echtpaar dat niet kon verhuizen naar de stad waar ze graag wilden wonen omdat ze zich geen huis konden veroorloven dat groot genoeg was om al hun spullen te herbergen. Hun huis is niet van hen; het is van hun spullen.

Tenzij je uitzonderlijk goed georganiseerd bent kan een huis vol spullen deprimerend zijn. Een rommelige kamer zuigt aandacht weg. Eén reden is natuurlijk dat er in een kamer vol spullen minder ruimte is voor mensen. Maar er is meer aan de hand. Ik denk dat mensen continue hun omgeving in zich opnemen om een mentaal model op te bouwen van wat er om hen heen gebeurt. En des te moeilijker het is om de omgeving te interpreteren, des te minder energie ze over hebben om bewust na te denken. Een rommelige kamer is letterlijk vermoeiend.

(Dit zou kunnen verklaren waarom kinderen minder moeite hebben met rommel dan volwassenen. Kinderen zijn minder scherpzinnig. Ze bouwen een groffer model van hun omgeving, en dit kost minder moeite.)

Dat spullen waardeloos zijn, realiseerde ik me voor het eerst toen ik een jaar in Italië ging wonen. Het enige dat ik meenam was een grote rugzak met wat spullen. De rest liet ik achter op de zolder van mijn hospita in Amerika. En weet je wat? Het enige dat ik miste waren enkele boeken. Tegen het einde van dat jaar kon ik me geeneens meer herinneren wat ik allemaal had opgeslagen op die zolder.

En toch, toen ik terugkwam gooide ik nog geen één doos met spullen weg. Een prima telefoon met draaischijf weggooien? Die zou ik nog wel eens nodig kunnen hebben.

Een echt pijnlijke herinnering is dat ik niet alleen al die nutteloze dingen verzamelde, maar dat ik vaak geld dat ik hard nodig had voor andere dingen uitgaf aan spullen die ik juist níet nodig had.

Waarom zou ik dat doen? Omdat de mensen wiens werk het is om jou spullen te verkopen daar héél, héél goed in zijn. De gemiddelde 25-jarige is geen partij voor bedrijven die jaren ervaring hebben in hoe ze je zover kunnen krijgen geld aan spullen uit te geven. Ze maken de ervaring van het kopen van spullen zó aangenaam, dat 'winkelen' een vrijetijdsbesteding wordt.

Hoe bescherm je jezelf tegen deze mensen? Het is niet makkelijk. Ik ben een redelijk skeptische persoon, maar hun trucs hadden effect op mij totdat ik halverwege de dertig was. Eén aanpak die zou kunnen werken is om jezelf af te vragen, voordat je iets koopt, 'of dit mijn leven merkbaar beter zal maken?'

Een vriendin van me genas haarzelf van haar gewoonte om kleding aan te schaffen door voordat ze iets kocht, zich af te vragen: 'ga ik dit de hele tijd dragen?' Wanneer ze zichzelf niet kon overtuigen dat iets dat ze wilde kopen één van die weinige dingen zou worden die ze normaliter droeg, besloot ze het niet te kopen.

Het ergste in dit opzicht zijn spullen die je zelden gebruikt omdat ze te waardevol zijn. Niets is zo'n blok aan je been als kwetsbare spullen. Bijvoorbeeld het Chinese porselein dat zoveel huishoudens bezitten, en waarvan de waarde niet zozeer ligt in het in gebruiksgemak, maar meer in dat je moet oppassen het niet te breken.

Een andere manier om weerstand te bieden aan het verzamelen van spullen is om de kosten van het bezit ervan in overweging te nemen. De aanschafprijs is slechts het begin. Je zult de komende jaren met die spullen rekening moeten houden, misschien wel voor de rest van je leven. Alles wat je bezit neemt energie van je weg. Sommige spullen geven meer dan dat ze nemen. Alleen díe zijn de moeite waard om te hebben.

Ik ben ermee gestopt om spullen te verzamelen. Behalve boeken - maar boeken zijn anders. Boeken zijn meer als een vloeistof dan individuele objecten. Het is niet bijzonder lastig om enkele duizenden boeken bezitten, terwijl als je duizenden willekeurige bezittingen zou hebben, je een lokale beroemdheid zou zijn. Maar tegenwoordig ga ik spullen actief uit de weg, boeken uitgezonderd. Als ik zin heb om geld uit te geven aan iets leuks, prefereer ik altijd een dienst in plaats van een ding.

Ik beweer niet dat dit komt omdat ik een soort zen-achtige afstand heb gedaan van materiële zaken. Ik heb het over iets meer alledaags. Ik ben tot het inzicht gekomen dat er een historische verandering heeft plaatsgevonden. Spullen waren vroeger waardevol, en tegenwoordig niet meer.

In de geïndustrialiseerde landen gebeurde hetzelfde met voedsel in het midden van de twintigste eeuw. Voedsel werd goedkoper (of wij werden rijker; dat is hetzelfde), en overconsumptie begon een groter probleem te worden dan ondervoeding. We hebben nu dat punt bereikt met spullen. Voor de meeste mensen, rijk of arm, zijn spullen een last geworden.

Het goede nieuws is dat als je rondloopt met een last waarvan je je niet bewust bent, je leven beter kan zijn dan je je realiseert. Stel je voor dat je jaren rondloopt met gewichten van enkele kilo's om je enkels, die op een dag opeens verdwenen zijn.

vertaald door Michiel Overtoom

Comments

Leave a comment

name (required)



content last edited on June 26, 2013, 12:47 - rendered in 2.19 msec